Risico's
Brandstofprijzen
Door de ontwikkelingen in de wereld, maar ook door laag water in de IJssel, nemen kosten voor brandstof en ook voor veel producten die in de leefomgeving en ruimtelijke ontwikkeling gebruikt worden fors toe. Dit effect is sterkt waarneembaar bij de afname van asfalt. Vooralsnog wordt alleen voor asfalt al een tekort van ca. €100.000 verwacht in 2026. Het is niet mogelijk om gedurende het jaar de scope van projecten aan te passen op de hogere prijzen. De indexering die in de gemeentebegroting wordt toegepast op basis van de prijs BBP is geringer dan de werkelijke prijsontwikkeling. Dit zal tot overschrijding leiden van individuele projectbudgetten en daarmee tot overschrijding van het totaal beschikbare budget van programma Leefomgeving. Bij het actualiseren van de Nota Kapitaalgoederen zal dit effect in de breedte zichtbaar worden.
Omgevingsdienst
In 2025 ontving de gemeente een forse eindafrekening van de Omgevingsdienst IJsselland als gevolg van extra ureninzet bovenop de jaaropdracht. Dit betrof met name adviesverzoeken. Ook in 2026 is weer sprake van een hogere ureninzet door adviesverzoeken aan de Omgevingsdienst. Op dit moment is nog geen exacte prognose af te geven, maar de verwachting is wel dat dit leidt tot een nadeel in 2026.
Risico afboeken opbrengsten
In 2026 is een inventarisatie uitgevoerd van opbrengsten uit initiatief- en anterieure overeenkomsten uit voorgaande jaren vanaf 2023 tot heden. Daarbij is beoordeeld in hoeverre deze opbrengsten nog op initiatiefnemers kunnen worden verhaald. Uit de eerste bevindingen blijkt dat een deel van de gemaakte kosten niet meer volledig verhaalbaar is, omdat projecten al zijn afgesloten. Er zijn kosten ontstaan als gevolg van langdurige procedures en afgeronde projecten waar naderhand toch weer inzet nodig was. Op basis van de huidige inzichten bestaat hierdoor een financieel risico van circa €100.000. Indien dit risico zich daadwerkelijk voordoet, leidt dit tot bij de jaarrekening 2026 tot een incidenteel nadeel.
Flexwonen
De gemeente heeft in het voortraject (de locatiestudies) en daarna (de locatieontwikkelingen) veel voorinvesteringen gedaan. Er zijn veel uren geïnvesteerd, onderzoeken gedaan en locaties zijn bouw- en woonrijp gemaakt. Deze kosten worden doorbelast naar de verschillende projecten die worden gerealiseerd. Een aantal locaties is niet tot ontwikkeling gekomen en de ambitie van het aantal flexwoningen is bijgesteld naar circa 150 woningen. Hierdoor is er minder dekking vanuit de beschikbare subsidies. Daarnaast is het onzeker of de nog te ontwikkelen locatie ’t Nijland Diepenveen aanspraak kan maken op de beschikbare subsidies door vertragingen die zijn ontstaan als gevolg van ingediende beroepen bij de RvS. Tot slot is de ontwikkeling van de locatie Oxerdwarssteeg (55 woningen) nagenoeg afgerond. Deze ontwikkeling heeft door de complexiteit van de locatie extra kosten met zich meegebracht in het bouw- en woonrijp maken en ambtelijke begeleiding. Hierdoor is het risico ontstaan dat voor een deel van de kosten geen dekking is. De hoogte van het risico wordt momenteel geschat op circa € 100.000.
Stichting Rechtop
Rechtop ontvangt subsidie voor de uitvoering van de Doe Mee Tegoeden, waarmee volwassenen met een laag inkomen korting kunnen krijgen op sportactiviteiten en cursussen. De afgelopen jaren is ingezet op het vergroten van het bereik onder inwoners in armoede, waarbij de beleidsdoelstelling uitging van een jaarlijkse groei van 10%. In de begroting is tot 2025 rekening gehouden met deze groei.
Door eerdere beleidskeuzes gericht op een groter bereik, in combinatie met de autonome groei van het aantal gebruikers, overstijgen de uitgaven naar verwachting het beschikbare budget.
Voor 2026 bedraagt de subsidie €285.000. Dit jaar kan het knelpunt (€50.000) waarschijnlijk binnen het programma en een reserve van Rechtop worden opgelost. De verwachting is dat in 2027 de autonome groei doorzet, hiervoor is geen ruimte in de begroting. De verwachting is dat er vanaf 2027 een knelpunt zal zijn van ongeveer €50.000.
Wmo
Waar we in de begroting 2027 een voordeel voorzagen op de maatwerkbudgetten/zorgkosten Wmo en een nadeel op de apparaat lasten van team uitvoering Wmo zien we het overschot op de maatwerkbudgetten in de 2e helft van 2026 teruglopen.
Wmo maatwerk
Op basis van de huidige realisatiecijfers en een extrapolatie op deze cijfers zien we bij gelijkblijvende kosten een voordeel van €200.0000 op de Wmo maatwerkbudgetten. Bij de huishoudelijke hulp blijft de groei achter bij de prognose. Echter, omdat we in de 2e helft van 2025 een aanzienlijk stijging zagen op de kosten van begeleiding en we deze in 2026 wederom verwachten zal dit het voordeel van €200.000 naar verwachting tenietdoen. Daarom stellen we voor om de budgetten Wmo voor nu in stand te houden om een stijging in het 2e half jaar 2026 op te kunnen vangen. Tegelijkertijd zien we voor de lange termijn een stijging in de kosten van Persoonlijke ondersteuning en woningaanpassingen in hoeverre dit effect heeft op 2027 is nog onzeker.
Wmo uitvoering
Voor de uitvoering van de Wmo staan de apparaat lasten in 2026 onder druk als gevolg van hogere personeelskosten dan oorspronkelijk begroot. Deze kosten hangen samen met de inzet die nodig is om de wettelijke taken op het gewenste kwaliteitsniveau te kunnen blijven uitvoeren. Op basis van de huidige inzichten wordt verwacht dat de uitvoering vooralsnog binnen de beschikbare budgettaire kaders kan plaatsvinden. In de begroting 2027 zijn structureel aanvullende middelen beschikbaar gesteld om de personele inzet beter in lijn te brengen met de opgave
Deventer Schouwburg
De Deventer Schouwburg laat in de prognose voor 2026 een tekort zien. De schouwburg loopt aan tegen een onhoudbare businesscase op de huidige locatie, in afwachting van nieuwe huisvesting. In samenhang met kostenstijgingen in de sector en onderhoud aan het pand kan Deventer Schouwburg deze kosten moeilijk opvangen. Er is een raadsvoorstel in voorbereiding dat wordt aangeboden in samenhang met het project Podiumkunsten onder één dak om het tekort te dekken. De dekking hiervoor is reeds opgenomen binnen het programma Algemene Dekkingsmiddelen.

